Hoewel het weer mogelijk is om een subsidieaanvraag te doen voor wolfwerende maatregelen, zijn schapenhouders in het Vechtdal niet overtuigd dat deze subsidie voor afrastering het antwoord is op aanvallen van wolven. De regeling kent volgens hen de nodige haken en ogen. Eén schapenboer zegt dat het financieel niet haalbaar is. Een ander wijst op de voor- en nadelen.

Het gaat om het beschermen van schapen of andere hoefdieren tegen aanvallen van wolven. De subsidie is onder andere bedoeld voor elektrische afrastering, een nachtkraal of het inzetten van kuddebeschermingshonden.

Subsidiepot gevuld met vier ton

De subsidiepot is opgehoogd met 400.000 euro, waarvan 300.000 euro beschikbaar is voor hobbydierhouders en 100.000 euro voor professionele dierhouders. “Dit is de totale subsidiepot van dit moment”, vertelt Gideon Burgers van de provincie Overijssel. “Als de pot leeg is, kijken we of er weer aangevuld moet worden en met hoeveel.”

Voor professionele dierhouders wordt maximaal vijftig procent van de kosten vergoed en voor hobbymatige dierhouders tachtig procent, net als bij verenigingen of stichtingen voor natuurgrazers. Bij nachtkralen (een tijdelijke omheining waarin een grazende kudde ’s nachts veilig wordt ondergebracht) wordt maximaal negentig procent vergoed. Dat geldt voor alle groepen dierhouders.

Voor een vergoeding moeten de aanvraag en maatregelen aan speciale voorwaarden voldoen.

“Niet haalbaar en niet betaalbaar”

Ondanks de subsidie vinden sommige schapenhouders het nog steeds geen aantrekkelijke investering. “Als ik dat ga doen, moet ik stoppen met mijn bedrijf”, vertelt schapenhouder Rob van der Veen uit Dalfsen. “Het is niet haalbaar en niet betaalbaar.”

Alleen al het materiaal van een verplaatsbaar wolfwerend raster kost veel geld, en dat moet steeds over het land worden verplaatst. “Als je de wolf echt kunt tegenhouden met een afrastering, dan was er niets aan de hand. Maar ik zie bij collega’s dat ook die rasters de wolf niet altijd tegenhouden.”

Geen garantie

Dat bevestigt ook BIJ12, de organisatie die voor provincies allerlei zaken rond de wolf regelt. “Een goed geplaatst raster maakt het lastiger voor wolven om binnen te komen, maar toch kan het altijd een keer misgaan. Dat risico kun je helaas nooit wegnemen. Het is aan een adviseur om samen met de schapenhouder te kijken naar de best mogelijke oplossing.” Naast rasters zijn er diverse mogelijkheden om de dieren te beschermen. Informatie over de verschillende maatregelen zijn te vinden op de website van Bij12.

Ook een schapenhouder uit de buurt van Nieuwleusen merkt dat de speciale afrastering sommige wolven niet tegenhoudt. Hij wil graag anoniem blijven uit angst voor eventuele bedreigingen van dierenactivisten. In het verleden zijn meerdere schapen van hem gepakt door de wolf. “De rest van de kudde sprong toen over het draad heen en kon vluchten”, vertelt hij. “Dat is hun geluk geweest. Dit kan niet bij een aanval binnen een afgerasterd perceel. Dan vallen er nog meer slachtoffers.”

Toch wil hij de schapen ook niet het hele jaar binnenhouden. “Het is niet zwart-wit, er zitten voor- en nadelen aan de maatregelen. En dat maakt het ingewikkeld.”

Advies op locatie

Voordat een subsidieaanvraag officieel wordt ingediend, komt er een veldadviseur langs die onderzoekt welke maatregelen het meest effectief zijn op de locatie. “Als een adviseur meekijkt voordat de aanvraag wordt gedaan, hoeft de provincie minder vaak een aanvraag te weigeren. Daarom kiezen wij voor deze manier”, aldus Burgers (woordvoerder van provincie Overijsel).

“Wij hebben geen gevestigde roedel wolven in Overijssel. Dat is anders in bijvoorbeeld Drenthe en Gelderland.” Sommige wolven leven op de Veluwe of in Drenthe en zwerven dan een paar dagen door onze provincie. “Daarom kan de subsidie overal in Overijssel worden aangevraagd.”

De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dierhouders die al eerder gebruik hebben gemaakt van de subsidie, komen nu niet in aanmerking.

  • Bron: RTV 4
Tekst Kars Janssen
Vorige